Home Boeken E-boeken Stel uw vraag! Contact

Kundalini

Hermien

Inleiding

Ervaringen

Ervaringen 1

Ervaringen 2

Ervaringen 3

Ervaringen 4

Onderzoek

Onderzoek 1

Onderzoek 2

Misleiding

Misleiding 1

Misleiding 2

Misleiding 3

Kundalini

www.centrum-abl.nl is een geregistreerd handelsmerk van Centrum ABL © Alle rechten voorbehouden

®

Ervaringen Kundalini & Transformatie 1

 

Karmisch lichaam, ook wel etherisch of energetisch lichaam genoemd:

Het is zaterdag, tijd voor weekend boodschappen. Ik voel mij al een hele dag wat vreemd. Er is iets aan de hand, maar wat? Ik stap om vier uur in de auto. Onder het rijden voel ik dat het karmisch lichaam zich losmaakt van mijn aardse/stoffelijk lichaam, het is van plan eruit te stappen. Ik ben hier niet blij mee, als het thuis gebeurde zou ik het niet erg vinden, maar onder het auto rijden! Veiligheid voor anderen en mijzelf zou toch voorop moeten staan. Het karmisch lichaam ziet er helemaal wit uit, de energie is fijn van structuur. De begrenzing ervan is een duidelijke niet onderbroken witte lijn. De energie van de lijn is compacter dan de inhoudelijke energie van het karmisch lichaam. Ik kan er geen lichaamsvormen in ontdekken, noch ogen, neus, mond, haren of oren. Ik knijp hard met mijn handen in het stuur, ik wil niet meegaan in wat mij overkomt, ik sta het niet toe.Ik krijg het benauwd, niet als lichamelijke reactie, meer omdat ik niet weet wat er gebeurt als het karmisch lichaam zich inderdaad zou losmaken van het aardse lichaam. Het stoplicht staat op rood. Ik probeer langzaam, bewust en vanuit mijn buik adem te halen. Ik kijk naar de mensen om mij heen, wat zouden ze doen als ik dadelijk in elkaar stort en zien ze niets aan mij, vraag ik mij af. Zien ze dan niet wat er aan de hand is? Ik zou willen uitstappen en bewegen, dat zou ook helpen om bij mijzelf te blijven. Stoplicht op groen, gas geven en rijden. Verdorie, nog een stoplicht op rood, weer wachten. Het karmisch lichaam blijft proberen, soms zie ik dat het al een aardig eind op weg is, het steekt ver uit mijn hoofd. Ik blijf in het stuur knijpen, mijn handen worden er wit van. Eindelijk de supermarkt, uitstappen en bewegen. Het helpt niet. Bij de slager moet ik op mijn beurt wachten. Ik word ongedurig, het duurt mij allemaal te lang. Behalve dat het karmisch lichaam nog steeds probeert weg te komen, voel ik nu ook de beïnvloedingen van de mensen om mij heen. Ik krijg de neiging om te gillen, de opgebouwde spanningen er zo uit te gooien. Gelukkig is er niemand die ik ken, ik hoef dus met niemand te praten. Ik kan het nog net opbrengen de slager om de bestelling te vragen. Vlug afrekenen en de auto in. Het terugrijden gaat al beter. Schijnbaar is het karmisch lichaam tot rust gekomen. Als ik mijn keuken binnenstap voel ik mij weer normaal, alsof er niets gebeurt is. Wat overblijft is de ervaring en vragen: waarom gebeurde dit terwijl ik auto reed en wat was de aanleiding? Wie of wat zorgde ervoor dat dit gebeurde? Kon het karmisch lichaam zichzelf besturen, had het een eigen wil, of werd het lichaam bestuurd door iets wat veel sterker was en werd hier op gereageerd? Feit was wel dat ikzelf dit niet wilde laten gebeuren, me ertegen verzette. Het lichaam was daarom ook niet helemaal uit het aardse lichaam gekomen, enige inbreng had ik dus wel volgens mij. De antwoorden hierop vond ik pas jaren later.

 

Overgeven:

Maanden achter elkaar, soms overdag, maar vooral als ik ‘s morgens opstond. Het verschijnsel braken. Er schijnt iets in mijn maag te zitten wat eruit wil, alleen komt er niets. Mijn maag trekt samen en zet weer uit, het gaat maar door. Mijn longen doen er pijn van, mijn ogen tranen, ze zijn rood doorlopen en puilen uit. Knapper word ik er niet van. Normaal zou je nog gal overgeven, maar zelfs dat niet. Er is geen aanleiding voor deze lichamelijke reflexen, misselijkheid ging er ook niet aan vooraf, ik heb er geen enkele controle over. De zin om op te staan zou je vergaan. Het enige wat ik kan doen is accepteren dat het mij overkomt.

 

Overnemen van gedachten, gevoelens en emoties:

Ik kijk altijd naar het journaal op de tv. Nooit problemen mee gehad. Tot weken aan een stuk beginnen de beïnvloedingen van wat er gezegd en getoond wordt op mij in te werken. Oorlogsbeelden bezorgen mij onrust, verdriet en spanningen. De emoties van de sluipschutters gieren in mijn lichaam, de emoties van de ouders en kinderen bezorgen mij hartkloppingen, ik krijg het Spaans benauwd, gedachten dat deze oorlog niet nodig was als de landen maar met elkaar waren blijven praten, hoor ik in mijn hoofd, ik zie beelden van wereldleiders met grote ego’s.

Een moord. Ik voel afschuw voor de moordenaar opkomen tegelijk met de onmacht van het slachtoffer en met begrip voor beiden. Ik zie een olifant uit India en ruik hun geur, hun uitwerpselen. Ik kijk in mijn kamer of er een andere aanleiding is, al weet ik dat dat niet kan, nee het kwam echt van de tv. Mijn zenuwstelsel reageert abnormaal gevoelig op alles wat ik zie en hoor, zelfs mijn zintuigen gaan erin mee. In die tijd was roken nog normaal. Als ik iemand zag roken op de tv, een sigaret of een sigaar, rook ik het tevens in de kamer en kreeg ik ook de smaak ervan in mijn mond. Ik besluit geen journaal meer te kijken of andere informatieve programma’s. Een ontspannende film lijkt me beter. Het heeft geen zin. De acteurs en actrices komen gemaakt over en zelfs de gevoelens en emoties die zij spelen te hebben, neem ik over. Bovendien kan ik van te voren al zeggen hoe het afloopt.

TV kijken voor informatie of ontspanning zit er voor een onbepaalde tijd niet meer in, jammer. Het zijn altijd periodes waar je doorheen gaat, sommige kort, andere duren langer. Het uitblijven van dit soort reacties wil niet zeggen dat het zich nooit meer zal voordoen.

 

Kille woede:

Het is een normale middag. Ik voel een kille woede opkomen, geen aanleiding te bespeuren. Er is ook niets aan vooraf gegaan. Ik loop door mijn huiskamer. De kille woede wordt sterker, het beheerst mijn hele gevoel en neemt langzaam een deel van mijn denken over. Ik besluit alleen te observeren en te accepteren wat er gebeurt en niet in te grijpen.

Ik begin rondjes te lopen in de kamer. Ik zie de pianokruk en gedachten die met die kille woede te maken hebben, vragen zich heel bewust, nuchter en kil af wat er zou gebeuren als ik die pianokruk zou pakken en door de ruit gooien. Zou het gat van het raam net zo rond zijn als de omtrek van de kruk? Zou de rest van de ruit ook kapot gaan of zou alleen het gat te zien zijn? Dan realiseer ik mij (de persoon van deze kille woede) dat ik daarna de glazenier zou moeten bellen en de verzekering en tevens vraag ik mij af of ik hiervoor verzekerd ben.

Ikzelf blijf observeren en accepteren, zelf denk ik niets, ik laat het bewust allemaal gebeuren. Langzaam neemt mijn kille woede af en word ik weer normaal, alsof er niets gebeurd is.

Opnieuw zit ik met vragen: ik stel twee personen vast, een persoon die de beslissing heeft genomen om alleen te observeren en te accepteren en een andere persoon die kille woede heeft en daarbij heel klinisch en logisch kan denken. Het was voor mij de eerste keer dat ik kennis maakte met deze kille woede persoon. De persoon die alleen observeert en accepteert ben ikzelf. Zou de observerende en accepterende persoon, dus ikzelf, tijdig ingegrepen hebben als de kille woede persoon de pianokruk werkelijk had willen gooien? In dit geval zeer zeker. Was het de bedoeling van de kille woede persoon dat ik erin mee zou gaan zodat de pianokruk werkelijk door de ruit gegooid werd? Daar weet ik het antwoord niet op. Als ik er in meegegaan was, had ik voeding c.q. energie gegeven, aan de kille woede persoon en zijn eventuele handeling. Nu had ik zijn gedrag alleen geobserveerd en geaccepteerd. Kan ik hieruit concluderen dat de uiteindelijke beslissing van wat deze kille woede persoon had kunnen doen in handen lag van mijzelf? Ben ik altijd degene die beslist wat een “persoon” wel of niet kan doen? Uit hoeveel “ikken of personen” besta ik eigenlijk?

Jaren en jaren later kwam ik tot de conclusie dat accepteren inhoudt dat je daarmee geen enkele voeding geeft aan een “persoon” of een “ik”. Als ik me had laten verleiden en erin mee was gegaan had de kille woede persoon zich versterkt en dat zou voor mijzelf niet goed zijn geweest. Alles waaraan je voeding/energie geeft keert zich met diezelfde voeding/energie uiteindelijk tegen jezelf en dan mag je het alsnog gaan accepteren. Dit proces gaat net zolang door tot de “persoon” of de “ik” geen kracht meer heeft.

De reden van dit gebeuren? Ik had toen het antwoord ook niet. Alweer een uiting van transformatieprocessen. Wat staat mij nog meer te wachten?

 

Gedachten vertalen zich:

Ik zit aan mijn keukentafel en denk dat ik de postbode hoor. Ik kijk naar rechts of de post op de mat is gevallen en zie dat ik daar al sta en de post opraap. Het lichaam waarin ik mijzelf herken is jonger dan ik ben. Het is helemaal wit van kleur, zelfs mijn haren zijn gemaakt van die energie. Het verbaast mij allemaal niets meer. Als ik iets denk vindt het schijnbaar direct plaats, nog voordat ik het zelf heb uitgevoerd. Interessant!

Ik wist helemaal niet dat mijn gedachten zich direct vertaalden in beelden en handelingen en dat die opdracht meteen werd uitgevoerd. Als iedere gedachte zich zo vertaalde mocht ik wel oppassen. Het leek mij verstandig op mijn gedachten te gaan letten. Als dit bij iedereen zo gebeurde wat een chaos was het dan wel niet op dat niveau of in die dimensie. Nu waren mijn gedachte nog te begrijpen en acceptabel, maar er waren ook andere gedachten die niet zo netjes zijn. Je zou toch voortdurend in die wereld rondlopen. Hoewel, niemand zou meer kunnen liegen of iets ontkennen, het bewijs was er direct. Meer informatie hierover had ik destijds niet ter mijn beschikking, ik zou het ook niet begrepen hebben.

 

Iets springt op mijn rug:

Even eruit, wat energie opdoen, tenminste dat denk je dan.

Het is rustig in de winkelstraat. Straks ergens koffiedrinken. Ik verheug me er al op. Na een uur word ik moe. Mijn energie neemt schrikbarend snel af. Verdorie, kan ik dan helemaal nergens meer naar toe? Ik loop nog even een kledingzaak binnen voor een trui. Direct bij binnenkomst springt er iets op mijn rug. Wat het is weet ik niet, wel dat het mij een onaangenaam gevoel geeft. Ik beweeg mijn schouders en probeer onopgemerkt voor de mensen een paar lichaamsbewegingen te maken, opvallen wil ik niet. Ik voel niet dat het verdwijnt. Het blijft zitten. Het zit in mijn aura. Ik kan er verder niets aan doen. Ik koop de trui. Mijn plezier met winkelen is helemaal over. Koffiedrinken dan maar. Ik zie een leeg tafeltje, als ik zit voel ik de energie van de persoon die hier eerder heeft gezeten. Een vrouw, beetje gezet, brildragend. Ik probeer me er niet mee bezig te houden. Die energieën geven mij de kriebels. Mijn billen worden ook warm van haar energie. Ik verzet mijn gedachten, lees iets. De koffie komt. Ik drink een beetje, betaal en sta vlug op, ik wil naar huis, voel me lichamelijk en geestelijk niet goed. Leuk, even eruit.

Wat er op mijn rug sprong? Ik weet het nog steeds niet. Ik kan niet zeggen dat het mij problemen heeft gebracht, al weet je dat nooit. Er zijn meerdere niveau’s waarop mensen zich bewegen. Wel weet ik dat het jaren geduurd heeft voordat het zich losmaakte uit mijn aura. Ik herkende het direct toe het zich verwijderde. Niet dat ik daarna enige verandering kon vaststellen. Een van de kenmerken van kundalini en transformatie is ook dat als de ervaring voorbij is, alles gewoon verder gaat alsof er niets aan de hand is geweest.

 

Snoepen, suiker:

Ik kon er niet genoeg van krijgen. Mijn lievelingseten waren schuimtaarten. Ik at ze helemaal op, alleen welteverstaan. Abnormale grote bokkenpoten verkochten ze bij de bakker, als ik gedurfd had, zou ik ze allemaal gekocht hebben. Peperkoek, hoe zoeter hoe liever. Marsen, bounty’s, m&m’s, chocolade, teveel om op te noemen. Normaal eten, had ik absoluut geen trek in. Het vreemde was dat ik gezond eten vergat, net als koken, op de een of andere manier bestond het niet meer in mijn leven. Als ik al een boterham nam deed ik er zoveel zoet op dat je de boterham niet meer zag liggen. Ik ging ook afvallen, werd te mager, vel over been. Ik wist dat ik niet ziek was, maar wat het was? Geen enkel idee. Ik gaf toe aan wat mijn lichaam mij schijnbaar aangaf. Fout, helemaal fout.

Ik heb, zoals met alles, geprobeerd onderzoek te doen naar de reden van mijn snoep/zoet drang. Mij in suikerpatiënten verdiept en in ADHD, zoals dat toen nog genoemd werd. In de oorlog werden kinderen ook in leven gehouden met suikerwater. Naar mijn idee geeft suiker dus energie. De juiste verklaring hiervoor heb ik, 30 jaar na dato nog steeds niet gevonden, wel vermoedens.

Zelfs nu kan ik nog wel eens een drang hebben naar zoet. Het had en heeft op geen enkele manier met een vraag of behoefte van het lichaam te maken. Het is voor mij een waarschuwing geworden. Er zijn dan bepaalde “duistere” krachten werkzaam die suiker voor het uitvoeren van hun werkzaamheden nodig hebben. Schijnbaar zijn de inwerkingen van hun beïnvloedingen voor hen “beter” als ik een bepaalde hoeveelheid suiker in mijn lichaam heb. Ik heb het uitgeprobeerd en mijzelf zowel met als zonder suiker objectief geobserveerd en de resultaten hiervan opgeschreven. Wetenschappelijk is het uiteraard niet onderbouwd, zoals bijna alles van de werking van de kundalini en de transformatie.

 

Ervaringen Kundalini & Transformatie 2 >>